Restauratieverslagen

Verslag van de restauratie van de MK II uit 1963 van Bert Groen

 

Omdat mijn pensioen steeds dichterbij kwam, werd het tijd om naar een zinvolle vrije tijdsbesteding om te zien.

In 1959 heb ik de beroemde autocoureur Sterling Moss op het circuit van Zantvoort een ererondje in een Austin Healey zien rijden.

Dat moet het moment geweest zijn waarop bij mij de vonk is ingeslagen.

De daarop volgende decennia droomde ik van het restaureren van een oldtimer.

Maar op de één of andere manier kwam het er niet van.

Niet in de laatste plaats omdat zo'n enorme klus niet goed te rijmen is met een intensieve baan.

Met als credo 'Wie niet waagt, wie niet wint' trok ik in het najaar van 2009 de stoute schoenen aan.

Het werd uiteindelijk een Austin Healey Mk II uit 1963.

 

De auto - die afkomstig was uit Californië - verkeerde in redelijke staat, was zeer compleet en hard, maar ongeschikt voor het verkeer.

Kortom, een uitstekend uitgangspunt voor een restauratie.

Omdat ik zo'n project nog nooit had gedaan en mijn werktuigbouwkundige kennis en handvaardigheid beperkt was, heb ik mijn vriend Henny Blewanus gevraagd als mentor voor dit avontuur op te treden.

Henny is zowel auto-technisch als op gebied van plaat- en spuitwerk een gedegen vakman, die zijn sporen in zijn schadebedrijf in Breda ruimschoots heeft verdient.

Zijn raad en daad tijdens de restauratie zijn van grote waarde gebleken.

Om dat de restauratie enkele jaren zou gaan duren werd een tweede, reeds gerestaureerde Healey aangeschaft.

Dat had twee grote voordelen. Er kon tijdens de restauratie worden gespiekt, want foto's zeggen soms niet genoeg.

Bovendien kon gelijk al worden meegereden met de toertochten van de Austin Healey Owners Club Nederland.

 

Het officiële 'Ownership Certificate' van Dennis Richard Lelo in Red Wood City, California, USA, van de te restaureren auto.

 

De eerste, voorzichtige stap is gezet, de koplamp is eraf. Dat viel niet tegen.

Maar al doende wordt duidelijk dat niet alle bouten en moeren zich zo eenvoudig laten losdraaien.

Ook de motorkap gaat er eenvoudig af. Maar al gauw zijn beschadigde handen schering en inslag.

Een paar goede werkhandschoenen blijken onontbeerlijk.

Alhoewel goed zichtbaar is dat de tijd zijn sporen heeft achtergelaten is de machinekamer verrassend compleet.

Met een geïmproviseerd benzinetankje loopt de motor, na enig aandringen, nog als een zonnetje.

 

De vorige eigenaar heeft het gat voor een speaker met weinig ambitie aangebracht.

Roest, aangekoekte lijm- en bekledingresten en vergane bedrading.

De kofferbak is gewoon een vieze bende en smeekt om te worden aangepakt.

Het mechaniek van de kap is nog in technische goede staat, maar de kap zelf is nodig aan vervanging toe.

Niet alleen de motor, de drie carburateurs en de koeling worden onder handen genomen.

Ook de complete elektrische installatie wordt vervangen.

De staat van de kabels, de koelslangen, de rem- en koppelingscilinder met bijbehorende leidingen, het oliereservoir en het elektrische circuit is aandoenlijk. Hiermee komen we niet door de keuring van de RDW.

 

De spatschermen, shrouds, motorkap en kofferdeksel zijn op het oog nog in een redelijk conditie, maar worden ook volledig gerestaureerd. Dan blijkt dat het geen overbodige luxe is geweest.

 

Altijd spannend, de motor er uithijsen; zeker als het zo'n zware zescilinder is.

Onvoorstelbaar overigens hoe sterk spanbanden zijn.

 

De eens zo elegante Engelse sportauto begint meer en meer op een geplukte kip te lijken.

 

De complete stuurinrichting, wielophanging met vering en schokbrekers, de remsystemen, de achteras en de cardanas worden verwijderd.

Uitgangspunt is dat alle lagers, keerringen en rubbers worden vernieuwd.

Maar ook de trommelremmen met remschoenen achter, de schijfremmen voor, de fuseepennen en de remcilinder met bijbehorende leidingen worden vernieuwd.

's Avonds worden de benodigde onderdelen in verschillende catalogi bij elkaar gesprokkeld en online besteld.

Na vele maanden ploeteren is de auto geheel onttakeld en dat mag ook wel.

Met een plamuurmesje de bitak van de bodem schrappen en weerbarstige schroeven en moeren los proberen te krijgen is niet altijd even plezierig. Het wordt nu tijd voor iets constructievers.

 

De comfortabele loods en de brug zijn een dagelijks terugkerend genoegen.

 

Het stralen en het aanbrengen van de primer is naar tevredenheid gebeurd bij OJW in Bruinisse.Het transport op een botentrailer was zeer apart.

 

In deze lichte tint ziet het geheel er meteen een stuk aantrekkelijker uit.

Het idee dat het chassis nu meteen naar de spuiter kan blijkt echter een illusie.

Er zijn nu een aantal onvolkomen zichtbaar geworden die eerst grondig dienen te worden aangepakt.

 

De kofferbak blijkt na het stralen slechter dan gedacht.

Besloten wordt de bodem, de rechthoekige bakjes en de drie steunen alsnog te vervangen.

 

Het linker binnenspatbord blijkt er, na het stralen, ook slecht aan toe.

Een in Duitsland gekocht nieuw spatbord blijkt van geen kant te passen en verdwijnt naar de schroothoop.Daarom wordt het oude spatbord weer te voorschijn gehaald.

Met veel passen en meten, nieuwe stukken inlassen en met de 'tover-hamertjes' van Henny werd het toch een strak geheel, vakmanschap is tenslotte meesterschap.

 

Het chassis staat er nu echt strak bij en staat klaar voor transport vanuit Bruinisse naar de spuiter.Uiteraard wordt dat Blewanus Schadebedrijf in Breda.

 

Wordt vervolgd ……

 

Bert Groen