Na onze ervaringen van 2012, toen we alleen op zondag geweest zijn, besloten we dit jaar een dagje meer te komen.
Vrijdagmiddag reden we van Zaltbommel naar Schloss Dyck. Nadat we thuis al bijna smolten, besloten we om dicht te rijden, en dat terwijl het droog was!
Dus de achterruit eruit en de ramen naar beneden en vooruit met de Healey.

Zodoende reden we in de schaduw van de kap. Halverwege liep de temperatuur toch wel erg hoog op. Daarom hielden we even een ijspauze, om mens en machine wat af te koelen. Evengoed schroeiden de haren van mijn benen onderweg.
Na ongeveer twee uur waren we er bijna. Op de kruising waren alle wegen afgesloten die de goede kant op gingen. Dus reden we om de verbodsborden heen en kwamen bij het Nikolaus klooster.

Bij de ingang was nog even verwarring, “Healey-club? Wass meinen Sie?
Oh! Harry Mostard!”
Na het noemen van de naam van Harry gingen alle poorten open en mochten we passeren.

Op het terras was het al heel gezellig. Iedereen die gearriveerd was, zat heerlijk frisgewassen in de schaduw aan de kloosterwijn.
Wij gingen ons ook opfrissen en toen was het al tijd voor de kloostermaaltijd.
Die was eenvoudig maar prima, net als de kamers.

Na een gezellige avond op het terras ging bijna iedereen vroeg naar bed.
Wij hadden gelukkig de ventilator mee. Het bleek die dag bijna 39°C. te zijn geweest. Oef!
De volgende morgen na het ontbijt was iedereen klaar voor het evenement.
Het had 's nachts geregend en het was gelukkig minder heet dan de vorige dag.

We gingen met de auto in een lange sliert naar het parkeerterrein dat voor ons bestemd was. De tenten van Harry en Hanns (van de Healey club Duitsland) stonden al klaar, met gratis koele verfrissingen.

Er was verschrikkelijk veel te zien en te doen. Er vloog van tijd tot tijd een oud vliegtuig over. Er waren races op het circuit. Op de strobalen eromheen was het prima zitten. Een van de auto’s die we daar zagen rijden was een Fiat. Een duivels snelle auto met een cilinderinhoud van meer dan 21 liter en de toepasselijke naam ‘Mefistofele’. Wat een geluid! Wat een snelheid! Geweldig! En er waren twee Healey’s mee aan het racen, een prachtig gezicht en gehoor.

Er was een hoeveelheid Bugatti’s om je vingers bij af te likken. Deze stonden geparkeerd in het slot. Binnen dat terrein stond de crème de la crème.
De allerduurste auto’s, je kijkt daar echt je ogen uit. Het zag daar zwart van de beveiligers op de toegangswegen naar het slot. En zwart van de toeschouwers, de wagens die aan de races hadden meegedaan hadden de grootste moeite om weer te parkeren, daar veel bezoekers doodleuk op die parkeerplaatsen bleven staan wachten tot er geparkeerd was…..

Voor de dames die iets minder voor de auto’s kwamen was zoals gewoonlijk ook weer van alles geregeld. Er waren stands met hoeden en met kleding, en veel gezellige terrasjes. Er was een winkel met producten van het landgoed, zoals fruit en sappen, honing en jam, likeurtjes en bakmeel (!). En een winkel met bloemen, planten en ansichtkaarten.
De heren konden ondertussen naar de paddock, waar veel van de auto’s die aan de races meededen stonden.

Hier stonden tevens oude motoren en een ding wat eigenlijk een vliegtuig zonder vleugels was. Die wilden we graag zien racen maar toen hij aan de beurt was vloog ergens een strobaal in de brand, de brandweer en de politie kwamen en de race werd stilgelegd. Jammer zeg! Daarna hebben we hem alleen nog maar geparkeerd gezien.

In het gras om de paddock waren caravans van weleer te zien, en vaak kon je een blik naar binnen werpen. En voor de dames waren er velden met bloemen. Die werden veelvuldig gefotografeerd.

Wat eigenlijk het aller-leukst is in Schloss Dyck, is de sfeer. Veel, heel veel mensen in de kleding van de tijd die bij hun auto past, die lekker in het gras zitten te picknicken met ook nog de picknickspullen uit de tijd. Het wordt de hoogste tijd dat ik mij ook eens zodanig ga aanpassen.

De parkeerplaatsen van de clubs waren zeer de moeite waard om te bezichtigen en het verlanglijstje aan te vullen. Toch kwam ik het liefst op onze eigen stand, vanwege de gezelligheid. Duits en Nederlands sprekend allemaal door elkaar, dat was leuk.

Op zondagmiddag was de koek op, en moest de stand opgeruimd worden.
Gelukkig kreeg Harry dit keer hulp, twee koelkasten in de aanhanger zeulen gaat nu eenmaal veel beter met meerdere mensen. Alle banken en tenten moesten worden ingeklapt en opgevouwen en in de aanhanger gezet.
Geen klusje voor alleen Harry en Hennie…
Als iedereen even helpt dan is het goed te doen en best snel klaar, zodat Harry in staat blijft om dit soort geweldige weekenden te organiseren voor onze club.

Cris Kraimaat